ECLI:NL:RVS:2025:27

Raad van State

Datum uitspraak
8 januari 2025
Publicatiedatum
8 januari 2025
Zaaknummer
202400041/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank over niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank Den Haag heeft dit beroep gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, met de opdracht aan de minister om binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen.

De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit beroep ongegrond verklaard. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe rechtsvragen die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en verwees naar eerdere jurisprudentie over de beslistermijn bij niet tijdige besluiten.

De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 8 januari 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202400041/1/V1.
Datum uitspraak: 8 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 11 december 2023 in zaak nr. NL23.31078 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.
Bij uitspraak van 11 december 2023 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen twintig weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.M. Blaauw, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    Het hoger beroep gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2023:2644, onder 5.4, 6 en 7, over de beslistermijn die de rechter oplegt bij een gegrond beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een nareisaanvraag). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier.
w.g. Kuijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Zwemstra
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2025
91-1060