ECLI:NL:RVS:2025:2604
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening
De minister van Asiel en Migratie verklaarde op 22 november 2024 de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 15 januari 2025 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft haar oordeel op goede gronden gebaseerd, welke de voorzieningenrechter overneemt. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin vereisen.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.