ECLI:NL:RVS:2025:2509
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Daalder
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen schriftelijke waarschuwing en tijdelijke ontzegging toegang ROC Da Vinci College
Het college van bestuur van het ROC Da Vinci College gaf appellant op 11 juli 2024 een schriftelijke waarschuwing. Vervolgens ontzegde het college op 30 augustus 2024 appellant tijdelijk de toegang tot de terreinen en gebouwen van het college voor één week. Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten en stelde op 6 september 2024 beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat appellant het beroep te vroeg had ingesteld, namelijk voordat het college een besluit op het bezwaar had genomen. Volgens artikel 7:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet eerst bezwaar worden gemaakt en een beslissing daarop worden afgewacht voordat beroep kan worden ingesteld. Het college nam het besluit op bezwaar pas op 29 oktober 2024. De Afdeling zag geen reden om hieraan voorbij te gaan en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Daarnaast wees de Afdeling erop dat in een andere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:2510) een oordeel is gegeven over een definitieve verwijdering van appellant, die gebaseerd was op hetzelfde feitencomplex. De Afdeling besloot dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg was ingesteld voordat het college een besluit op bezwaar had genomen.