ECLI:NL:RVS:2025:2469
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor legalisatie tijdelijke schuur ondanks handhaving
Het college van burgemeester en wethouders van Westland verleende op 30 oktober 2020 een omgevingsvergunning voor het oprichten van een tijdelijke schuur met overkapping op het perceel van de vergunninghouder in Honselersdijk, in afwijking van het bestemmingsplan. De schuur was reeds aanwezig voordat de vergunning werd verleend. De appellant, wonend naast het perceel, had voorafgaand een handhavingsverzoek ingediend vanwege de illegale situatie, wat leidde tot een last onder dwangsom en een invorderingsbeschikking.
Na het handhavingstraject vroeg de vergunninghouder een omgevingsvergunning aan ter legalisatie van de schuur. Het college handhaafde het besluit tot verlening van deze vergunning voor tien jaar, wat de appellant aanvocht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de aanvraag om vergunning vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ingediend, waardoor de oude Wabo van toepassing blijft. De Raad stelde vast dat het handhavingstraject slechts zicht op legalisatie beoogde en dat het ontbreken van een aanvraag destijds betekent dat het college niet kon weigeren op grond van het handhavingstraject. De vraag of de vergunning verleend kan worden, wordt pas in de vergunningprocedure beoordeeld. De Raad verwierp het beroep en bevestigde het eerdere vonnis, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de tijdelijke schuur is bevestigd.