ECLI:NL:RVS:2025:2408
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- C.C.W. Lange
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing machtiging voorlopig verblijf met verbeterde motivering
De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 26 januari 2022 de aanvragen van betrokkenen voor een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. De daaropvolgende bezwaren werden eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het motiveringsgebrek dat de rechtbank had vastgesteld eenvoudig te herstellen is. Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte een zelfstandige belangenafweging had verricht in plaats van terughoudend te toetsen.
Desondanks leidt dit niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat de minister hoe dan ook een nieuw besluit moet nemen. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkenen en legt griffierechten op.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.