ECLI:NL:RVS:2025:2312
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- H. Benek
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vaststelling planschadevergoeding wegens windpark Spui nabij Nieuw-Beijerland
Wederpartij verzocht het college van gedeputeerde staten Zuid-Holland om een tegemoetkoming in planschade veroorzaakt door het provinciaal inpassingsplan 'Windpark Spui', dat de bouw van vijf windturbines mogelijk maakt nabij Nieuw-Beijerland. Het college wees het verzoek aanvankelijk af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen.
In het nieuwe besluit kende het college een vergoeding van €12.000,- toe, vermeerderd met wettelijke rente. Zowel wederpartij als Klein Piershil, initiatiefnemer van het windpark, maakten bezwaar tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep, waarbij het college stelde dat de planschade voorzienbaar was vanwege eerdere beleidsnota's (Nota Wervel en Ontwerpnota Wervel) die openbaar waren.
De Afdeling oordeelde echter dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat deze nota's ten tijde van de aankoop van de woning daadwerkelijk bekend en raadpleegbaar waren voor een redelijk handelend koper, en verwierp het betoog over voorzienbaarheid. Ook de methodiek van het geluidsniveau en het normaal maatschappelijk risico werden beoordeeld. De Afdeling stelde het normaal maatschappelijk risico vast op 3% in plaats van 2%. Uiteindelijk vernietigde de Afdeling het besluit voor zover het de vergoeding van €12.000,- betrof en bepaalde een lagere vergoeding van €9.250,- exclusief rente. Tevens werden proceskosten toegewezen aan wederpartij en Klein Piershil.
Uitkomst: Het college moet een planschadevergoeding van €9.250,- exclusief rente aan wederpartij betalen; het hoger beroep van het college wordt afgewezen.