ECLI:NL:RVS:2025:2295
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter bevestigt weigering vergunning voor zware horeca wegens onderbroken gebruik
Hague 5, exploitant van een sport- en poolbar aan de Javastraat 132 in Den Haag, vroeg op 15 maart 2021 een Drank- en Horecawetvergunning, exploitatievergunning voor zware horeca en een permanente ontheffing van sluitingstijden aan. De burgemeester verleende deze vergunningen op 14 mei 2021, maar verklaarde later het bezwaar van omwonenden ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit echter gedeeltelijk, omdat de exploitatievergunning en ontheffing volgens haar onrechtmatig waren verleend.
De kern van het geschil betrof het overgangsrecht uit artikel 4.5 van het bestemmingsplan Archipelbuurt e.o., dat toestaat dat zware horeca op een locatie is toegestaan indien het gebruik niet langer dan een jaar onderbroken is geweest. De rechtbank oordeelde dat de exploitatie door de voorganger van Hague 5 was gestopt op 7 januari 2020 en dat de aanvraag van Hague 5 pas op 15 maart 2021 werd ingediend, wat een onderbreking van meer dan een jaar betekent. Hierdoor kon het overgangsrecht niet worden toegepast.
Hague 5 voerde in hoger beroep aan dat de intentie van de vorige exploitant om de bedrijfsvoering voort te zetten meegewogen moest worden, en dat het feit dat het pand niet direct werd ontruimd of aangepast een voortzetting van het gebruik impliceerde. De Raad van State verwierp dit betoog, omdat concrete objectieve gegevens ontbraken die een uitzondering op de regel van de onderbreking konden rechtvaardigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van Hague 5 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.