ECLI:NL:RVS:2025:2273
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring en afwijzing beroep tegen ministerieel besluit
Appellant werd bij besluit van 6 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep betrof onder meer de proportionaliteit van het binnentreden door zeven opsporingsambtenaren in de kamer van appellant op een opvanglocatie.
De Raad van State oordeelde dat het binnentreden niet disproportioneel was, gezien de omstandigheden en de mogelijke aanwezigheid van meerdere personen. Het feit dat appellant alleen bleek te zijn, veranderde hier niets aan. De Afdeling zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.