ECLI:NL:RVS:2025:2233
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding door Raad van State
De minister heeft appellant op 3 maart 2025 in bewaring gesteld. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 26 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Afdeling ziet geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigt het bestreden vonnis. Tevens wordt bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer op 15 mei 2025.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond zonder proceskostenveroordeling.