ECLI:NL:RVS:2025:204
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- G.O. van Veldhuizen
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over hoorplicht en Wob-verzoek inzake centrummanager
Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk een Wob-verzoek ingediend met betrekking tot documenten over werkzaamheden van de heer W. tussen 2016 en 2020. Het college heeft het verzoek toegewezen en later na bezwaar 19 documenten verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat het college niet over meer documenten beschikte en dat het ontbreken van een hoorzitting bij het bezwaar met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd, omdat appellant in beroep voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunten naar voren te brengen en niet aannemelijk was dat hij in zijn belangen was geschaad.
Appellant stelde in hoger beroep dat het niet houden van een hoorzitting hem in zijn belangen had geschaad, omdat hij dan beter had kunnen ingaan op de zoekslag van het college. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn bezwaren te uiten tijdens de zitting bij de rechtbank en dat zijn stelling onvoldoende was om belangenbenadeling aan te nemen.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.