ECLI:NL:RVS:2025:1929
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor appartementencomplex met horecafunctie ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar verleende op 13 mei 2020 een omgevingsvergunning voor de bouw van een appartementencomplex met zeven appartementen en een horecafunctie op een perceel met de bestemming 'Maatschappelijk'. Dit bouwplan was in strijd met het bestemmingsplan 'Centrum Zevenaar'. Om dit plan mogelijk te maken, werd de vergunning verleend op grond van artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Appellanten, omwonenden van het perceel, maakten bezwaar vanwege de vrees voor een onevenredige aantasting van hun woon- en leefklimaat. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden zij aan dat het college onvoldoende rekening had gehouden met hun belangen, dat de omgeving ten onrechte als gemengd gebied was getypeerd, dat de vergunning meer horeca toestond dan daghoreca, dat de parkeernormen onjuist waren toegepast, dat het bouwplan niet in het straatbeeld paste en dat de participatie gebrekkig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank gemotiveerd op deze punten had beslist en dat de beoordeling niet onjuist of onvolledig was. De Afdeling bevestigde dat de vergunning alleen daghoreca toestaat en dat een terras niet is vergund. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.