Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:1909

Raad van State

Datum uitspraak
30 april 2025
Publicatiedatum
30 april 2025
Zaaknummer
202502142/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 25 april 2024 is afgewezen. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft op 30 april 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de minister van Asiel en Migratie de proceskosten van verzoeker, een bedrag van €907,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand verleend door een derde partij.

De uitspraak is gedaan in het openbaar en de voorzieningenrechter baseerde zich op eerdere jurisprudentie omtrent voorlopige voorzieningen in asielzaken. Hiermee wordt de rechtspositie van verzoeker tijdens de procedure beschermd en wordt voorkomen dat onomkeerbare maatregelen worden genomen voordat het hoger beroep is afgerond.

Uitkomst: Verzoeker wordt beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

202502142/2/V1.
Datum uitspraak: 30 april 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­-Hertogenbosch, van 27 maart 2025 in zaak nr. NL23.33972 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 27 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. J.J. Eizenga, advocaat in Amerongen, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
3.       De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.T. Gazai, griffier.
w.g. De poorter
voorzieningenrechter
w.g. Gazai
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 april 2025
966