ECLI:NL:RVS:2025:1853
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 13 augustus 2024 niet in behandeling is genomen. De rechtbank heeft dit besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen ervan geheel in stand gelaten. De minister kreeg de gelegenheid het besluit nader te motiveren.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het besluit niet in behandeling nemen onrechtmatig was.
De voorzieningenrechter bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 24 april 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.