ECLI:NL:RVS:2025:1838
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- G.O. van Veldhuizen
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor vergroting bovenste bouwlaag woning in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde op 21 september 2022 een omgevingsvergunning voor het vergroten van de vierde bouwlaag van een woning aan de [locatie] in Utrecht. De woning heeft vier bouwlagen, waarbij de bovenste bouwlaag aan de achterzijde terugligt. De appellant wilde deze bovenste bouwlaag vergroten tot het oppervlak van de onderliggende bouwlagen om een extra kamer te realiseren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de weigering ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de aanvraag onder de oude Wabo viel, omdat deze vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet was ingediend. Het college stelde dat het bouwplan in strijd was met de beheersverordening "Pijlsweerd, Tuinwijk, Tuindorp Oost e.o.", die het vergroten van het hoofdgebouw niet toestaat.
Appellant voerde aan dat de vrijstelling uit 2009 die de bouw van de woning mogelijk maakte, niet in de beheersverordening was verwerkt en dat de beheersverordening daarom buiten toepassing moest worden gelaten. De Afdeling verwierp dit en oordeelde dat de vrijstelling geen voortdurende werking heeft en niet recht geeft op vergroting van de woning zoals beoogd.
Voorts stelde appellant dat het college de vergunning had moeten verlenen vanwege het belang bij uitbreiding en het positieve advies van de stedenbouwkundige afdeling over vergelijkbare bouwprojecten. De Afdeling stelde dat het college beleidsruimte heeft en een belangenafweging moet maken. Het college mocht de vergunning weigeren om de stedenbouwkundige opzet van het bouwblok te behouden, mede gelet op het advies dat vergroting leidt tot verrommeling, precedentwerking en nadelige effecten op bezonning.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard en bevestigde het besluit van het college. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de vergroting van de bovenste bouwlaag van de woning.