ECLI:NL:RVS:2025:1828
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Daalder
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van plagiaatbeslissing Erasmus Universiteit Rotterdam
De examencommissie van de Erasmus School of Economics stelde op 28 juni 2024 vast dat appellante plagiaat had gepleegd bij twee groepsopdrachten van het Seminar Strategy Economics. Zij kreeg een reprimande en het resultaat van de Business Case werd ongeldig verklaard. Appellante stelde dat de sanctie onzorgvuldig en onevenredig was en dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen zich te verdedigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was, omdat het college op 12 november 2024 alsnog een beslissing had genomen. De Afdeling veroordeelde het college wel tot vergoeding van de proceskosten in verband met het niet tijdig beslissen.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat de sanctie niet punitief was, aangezien het seminar slechts eenmaal per jaar wordt aangeboden en geen reguliere herkansingsmogelijkheid kent. De examencommissie had de stukken pas tijdens het hoorgesprek overgelegd, maar dit was niet in strijd met het verdedigingsbeginsel omdat appellante bekend was met de context en nadien gelegenheid kreeg haar verklaring aan te passen. De sanctie werd als evenredig beoordeeld gezien de ernst van de fraude en het belang van kwaliteitsborging van het onderwijs.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de plagiaatbeslissing is ongegrond verklaard.