ECLI:NL:RVS:2025:1710
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling strijdigheid en weigering omgevingsvergunning voor bijbehorend bouwwerk op Texel
Het college van burgemeester en wethouders van Texel weigerde een omgevingsvergunning voor het bouwen en gebruiken van een gebouw als woonruimte op een perceel in Den Burg. Na bezwaar herzag het college het besluit deels, maar handhaafde de weigering voor het woongebruik vanwege strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het gebouw geen vrijstaand maar een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is vanwege de glazen corridor en dat het gebruik voor bewoning daarom niet strijdig is met het bestemmingsplan. Daarnaast stelde hij dat het college ten onrechte de later ingediende bouwtekeningen heeft betrokken en dat het bouwplan niet in strijd is met de maximale oppervlakte en aantal bijbehorende bouwwerken. Ook voerde appellant aan dat het college het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het gebouw inderdaad een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is, waardoor het woongebruik niet strijdig is met het bestemmingsplan. Het college heeft ten onrechte aangenomen dat het aantal bijbehorende bouwwerken werd overschreden, omdat de schuur was gesloopt. Wel blijft het bouwplan in strijd met de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken. De belangenafweging van het college om de vergunning te weigeren is rechtmatig, mede gelet op het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de landschappelijke waarde van het gebied. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college van 5 december 2023 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college wordt vernietigd, maar de vergunning wordt terecht geweigerd vanwege strijd met het bestemmingsplan.