ECLI:NL:RVS:2025:1679
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens gebruik van meer dan één recreatief bouwwerk op perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Veere legde op 15 december 2021 aan appellanten een preventieve last onder dwangsom op omdat zij meer dan één bouwwerk op hun perceel in Zoutelande gebruikten voor recreatief nachtverblijf, wat in strijd is met artikel 8.3.2 van het bestemmingsplan "De Tienden II". Appellanten hadden een omgevingsvergunning voor het bijgebouw [naam] en een aanbouw [studio] die zij ook voor recreatief nachtverblijf aanboden, terwijl slechts één bouwwerk hiervoor is toegestaan.
Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die het beroep van appellanten ongegrond verklaarde, stelden appellanten hoger beroep in bij de Raad van State. Zij voerden aan dat de combinatie van kamerverhuur in de aanbouw en recreatief nachtverblijf in het bijgebouw is toegestaan en dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege zicht op legalisatie.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de aanbouw als recreatief nachtverblijf kwalificeert en dat het college bevoegd was handhavend op te treden. Het standpunt van appellanten dat artikel 8.3.1 los staat van artikel 8.3.2 werd niet gevolgd. Ook het betoog dat handhaving onevenredig is, faalde omdat het college had verduidelijkt dat alleen voorzieningen die tot recreatief gebruik leiden verwijderd moeten worden, niet de gehele inboedel.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd het beroep op proceskostenvergoeding afgewezen omdat het beroep over de last onder dwangsom terecht ongegrond was verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.