ECLI:NL:RVS:2025:1502
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 9 maart 2023 is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 5 maart 2025 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft vervolgens hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 2 april 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen krijgt gedurende deze periode. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van verzoeker zijn meegewogen tegen de belangen van de staat. De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter C.J. Borman en griffier R.D. Salverda.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.