AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige voorziening tegen hernieuwd besluit parkeerplaatsen bestemmingsplan Ermelo
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo verzocht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 november 2024. De rechtbank had het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van die uitspraak, waarin werd geoordeeld dat het college onvoldoende had gemotiveerd of de parkeerplaatsen voldeden aan het bestemmingsplan "Oranjepark Ermelo" en de Nota Parkeernormen Ermelo.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had vastgesteld dat het college onderzoek moest doen naar de naleving van het bestemmingsplan en de nota. Het college had bij de verlening van de omgevingsvergunning van 31 juli 2024 voor het appartementencomplex met toepassing van artikel 6.4.2 van de planregels afgeweken van artikel 6.2.5, waardoor het college niet hoefde te motiveren of aan dat artikel en de nota was voldaan.
De voorzieningenrechter schorst daarom de uitspraak van de rechtbank en acht het belang van het college om geen nieuw besluit te hoeven nemen gegeven. De belangen en zorgen van de eisers, met name over parkeeroverlast, kunnen in de bodemprocedure worden behandeld. Er is geen aanwijzing dat de vergunning in strijd met artikel 6.4.2 is verleend.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 27 maart 2025 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster, griffier L.S. Kors.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst, waardoor het college voorlopig geen nieuw besluit hoeft te nemen met inachtneming van die uitspraak.
Uitspraak
202500218/2/R4.
Datum uitspraak: 27 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Ermelo,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 november 2024 in de zaken nrs. 22/5515, 22/5553, 22/5554, 22/5921, 22/5957 en 22/5959 in het geding tussen:
1. [partij sub 1A] en [partij sub 1B], beiden wonend in Ermelo,
2. [partij sub 2], wonend in Ermelo,
3. [partij sub 3], wonend in Ermelo,
4. [partij sub 4], wonend in Ermelo,
5. [partij sub 5], wonend in Ermelo,
6. [partij sub 6], wonend in Ermelo,
en
het college.
Openbare zitting gehouden op 27 maart 2025 om 13:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter
griffier: mr. L.S. Kors
Verschenen:
Het college, vertegenwoordigd door mr. R.A. Oosterveer, advocaat in Apeldoorn, en mr. I.E. van Duuren;
[partij sub 1B], bijgestaan door mr. N. van Leeuwen;
[partij sub 2] en [partij sub 3], vertegenwoordigd door mr. N. van Leeuwen:
[partij sub 5] en [partij sub 6], vertegenwoordigd door P. Meles LLB;
Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 22 november 2024, waarbij de rechtbank het college heeft opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van die uitspraak. Het college heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, om te voorkomen dat het een besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank, die volgens het college onjuist is.
De voorzieningenrechter schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 november 2024 in de zaken nrs. 22/5515, 22/5553, 22/5554, 22/5921, 22/5957 en 22/5959.
De motivering daarvoor is:
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het college niet voldoende heeft gemotiveerd of de parkeerplaatsen voldoen aan de regels uit het bestemmingsplan "Oranjepark Ermelo" en de Nota Parkeernormen Ermelo en heeft de rechtbank ten onrechte bepaald dat het college onderzoek moet doen om te bepalen of de invulling van de parkeerplaatsen voldoet aan het bestemmingsplan en die nota. Hierbij heeft de rechtbank miskend dat het college bij de verlening van de omgevingsvergunning van 31 juli 2024 voor het appartementencomplex met toepassing van artikel 6.4.2 van de planregels is afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2.5 van de planregels, waardoor het college niet hoefde te motiveren of al dan niet is voldaan aan artikel 6.2.5 van de planregels en aan de Nota Parkeernormen Ermelo, waarnaar dat artikel verwijst.
Daarmee is het belang van het college om geen nieuw besluit te hoeven nemen met inachtneming van de rechtbankuitspraak, gegeven.
De rechtbank heeft ten onrechte niet beoordeeld of het college zich op het standpunt mocht stellen dat op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien, zodat het de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 6.4.2 van de planregels kon verlenen.
De belangen en zorgen van de eisers in beroep, met name de door hen ervaren parkeeroverlast, hangen samen met die beoordeling. Die belangen en zorgen kunnen in de bodemprocedure aan de orde komen en verzetten zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet tegen toewijzing van dit verzoek van het college om geen nieuw besluit te hoeven nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat op voorhand niet is gebleken dat de omgevingsvergunning van 31 juli 2024 in strijd met artikel 6.4.2 van de planregels is verleend.