ECLI:NL:RVS:2025:149
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitstel van vertrek vreemdeling door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 april 2022 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af. Na bezwaar werd dit besluit deels herzien, maar de rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit op 6 november 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 20 januari 2025 dat het hoger beroep geen aanleiding gaf om het vonnis van de rechtbank te vernietigen. De motivering van de rechtbank werd overgenomen, waarbij werd vastgesteld dat het hoger beroep geen nieuwe vragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing en sluit het geschil af.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.