ECLI:NL:RVS:2025:1446
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningvoorwaarde tuinhuis constructief zelfstandig naast carport
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende aan appellant een omgevingsvergunning voor de bouw van een tuinhuis, met de voorwaarde dat het tuinhuis constructief op zichzelf moet staan ten opzichte van een eerder vergunde carport op hetzelfde perceel. Appellant was het niet eens met deze voorwaarde en ging in beroep bij de rechtbank, die zijn beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank de uitspraak van de Afdeling van 4 augustus 2021 verkeerd had uitgelegd, met name over de mogelijkheid om een bouwplan te splitsen. Hij betoogde dat zijn aanvraag alleen betrekking had op het tuinhuis en dat de carport reeds vergund was, zodat de voorwaarde onterecht was opgelegd.
De Afdeling overwoog dat de aanvraag voor het tuinhuis alleen als zelfstandig bouwkundig geheel beoordeeld kan worden indien het ook daadwerkelijk constructief zelfstandig is. Uit de tekeningen en foto’s bleek dit niet, zodat het tuinhuis en de carport één bouwkundig geheel vormen. Hierdoor is toetsing aan de planregels noodzakelijk en is de voorwaarde gerechtvaardigd.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de voorwaarde dat het tuinhuis constructief zelfstandig moet zijn naast de carport blijft gehandhaafd.