ECLI:NL:RVS:2025:1428
Raad van State
- Hoger beroep
- H.J.M. Besselink
- N.H. van den Biggelaar
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vergunningplicht en handhaving lelieteelt nabij Natura 2000-gebied Holtingerveld
Milieudefensie verzocht het college van gedeputeerde staten van Drenthe om handhavend op te treden tegen de voorbereiding en teelt van lelies nabij het Natura 2000-gebied Holtingerveld, stellende dat deze activiteiten vergunningplichtig zijn volgens artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het college wees dit verzoek in 2018 af, stellende dat geen vergunningplicht bestond, onderbouwd met motiveringen per activiteit, waaronder het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en drainage.
De rechtbank verklaarde het beroep van Milieudefensie gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar van 2019, maar de Raad van State vernietigt dit deels: het college heeft terecht geconcludeerd dat het aanleggen en vervangen van drainage geen overtreding vormt, maar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wel vergunningplichtig is vanwege onvoldoende onderbouwing dat er geen significante effecten zijn op het Natura 2000-gebied.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college de overtreding terecht heeft vastgesteld en dat het toepassen van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) passend was, waarbij eerst een waarschuwing is gegeven. Tevens zijn verzoeken om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn door rechtbank en Afdeling toegewezen, waarbij de Staat der Nederlanden is veroordeeld tot betaling van respectievelijk €3000 aan Milieudefensie en €2000 aan Middenweg Vledder B.V., vermeerderd met wettelijke rente.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond voor drainage, het beroep van Milieudefensie en Middenweg Vledder ongegrond, en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.