ECLI:NL:RVS:2025:1401
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting horeca-inrichting en intrekking vergunningen wegens handelshoeveelheid drugs
Het hoger beroep betreft de uitspraak van 20 februari 2024 van de rechtbank Den Haag, waarin het beroep van appellant tegen het besluit van 23 maart 2023 ongegrond werd verklaard. Dit besluit handhaafde de sluiting van de horeca-inrichting en intrekking van de alcoholwet- en exploitatievergunningen, genomen door de burgemeester op basis van twee bestuurlijke rapportages waaruit handelshoeveelheid drugs bleek.
Appellant betwistte de inhoud van deze rapportages, maar de rechtbank oordeelde dat de burgemeester mocht uitgaan van de juistheid van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. De Afdeling onderschrijft dit oordeel en ziet geen aanleiding hiervan af te wijken.
Appellant voerde op de zitting aan dat de besluiten onevenredig zijn, maar dit werd niet tijdig ingebracht en is in strijd met de goede procesorde. De burgemeester heeft bovendien gemotiveerd waarom de besluiten niet onevenredig zijn. Gezien de uiteenlopende verklaringen van appellant over de controle op 6 oktober 2022, ziet de Afdeling geen reden om aan de juistheid van de politiebevindingen te twijfelen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de horeca-inrichting en intrekking van vergunningen bevestigd.