ECLI:NL:RVS:2025:1176
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning tuinberging wegens strijd met bestemmingsplan en ruimtelijke ordening
Op 13 augustus 2020 heeft appellant een omgevingsvergunning aangevraagd voor legalisatie van een tuinberging met overkapping op een perceel in Kaag en Braassem. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning op 11 september 2020 omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan "Kernen Leimuiden-Rijnsaterwoude" en niet voldeed aan de criteria van het gemeentelijke Afwijkingenbeleid ruimtelijke ordening.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand. Het college motiveerde nader dat het negatieve stedenbouwkundige advies van 17 april 2020 gevolgd werd vanwege onvoldoende aanvaardbare stedenbouwkundige kwaliteit. Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat het advies onzorgvuldig was, dat bijzondere omstandigheden tot een positieve grondhouding leidden en dat het college ten onrechte geen vergunning verleende uit angst voor precedentwerking.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college terecht het negatieve stedenbouwkundige advies heeft gevolgd, dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen en dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden. Ook is de motivering omtrent precedentwerking toereikend. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de weigering van de omgevingsvergunning gehandhaafd blijft.