ECLI:NL:RVS:2025:1144
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding mijnbouwschade woning Wildervank na hoger beroep
Appellant, eigenaar van een historische woning te Wildervank, ontving een schadevergoeding van €52.544,95 voor mijnbouwschade aan zijn woning. Hij betwistte in hoger beroep de toereikendheid van deze vergoeding en stelde dat een funderingsonderzoek had moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat de schadevergoeding passend was en dat de herstelmethoden van de gevels adequaat waren onderbouwd door deskundigen. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen hoefde geen funderingsonderzoek te verrichten, omdat appellant onvoldoende concrete aanwijzingen voor funderingsschade had geleverd.
In hoger beroep stelde appellant de onafhankelijkheid van de deskundigen ter discussie en overhandigde een tegenrapport. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het tegenadvies onvoldoende aanknopingspunten bood om aan de deskundigen te twijfelen en bevestigde dat het Instituut niet verplicht was funderingsonderzoek te doen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij tevens werd bepaald dat het Instituut geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij de toegekende schadevergoeding ongewijzigd blijft.