ECLI:NL:RVS:2025:1012
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek bouwlift boven particuliere grond in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 19 juli 2021 het verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van een bouwlift in het Willem Dreespark. Het college stelde dat de bouwlift boven particuliere grond hangt, waardoor handhaving niet aan de orde is. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht van een hoorplicht kon afzien omdat de bezwaren geen ander besluit konden rechtvaardigen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vond geen aanleiding om de eerdere gemotiveerde beoordeling te wijzigen. De Afdeling bevestigde dat het college niet bevoegd is om handhavend op te treden omdat de bouwlift niet boven een openbare weg hangt, zoals ook bevestigd in eerdere jurisprudentie. Daarnaast was het college niet verplicht appellant te horen in de bezwaarprocedure.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.