ECLI:NL:RVS:2024:957
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.H. van Breda
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving zonder vergunning gebouwde overkapping in achtererfgebied bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg legde aan [wederpartij] een last onder dwangsom op voor het zonder vergunning bouwen van een overkapping op een perceel in Tilburg. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het handhavingsbesluit, omdat de overkapping volgens de rechtbank in het achtererfgebied stond en daarmee vergunningvrij was.
Het college stelde in hoger beroep dat het bestemmingsplan de inrichting van het perceel als erf beperkte en dat de juridische voorkant van de woning anders lag dan de feitelijke voorkant, waardoor de overkapping niet in het achtererfgebied zou staan. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestemmingsplan geen duidelijk verbod bevatte om het perceel als erf in te richten en dat de feitelijke situatie leidend is voor de bepaling van de voorkant van het hoofdgebouw.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de overkapping in het achtererfgebied staat en dat het bouwwerk voldoet aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.