ECLI:NL:RVS:2024:904
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling met overdracht aan Bulgarije
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 22 november 2023 in bewaring met het oog op overdracht aan Bulgarije. De Bulgaarse autoriteiten accepteerden het claimverzoek op 28 november 2023 en de overdracht stond gepland voor 9 januari 2024. De rechtbank Den Haag oordeelde dat deze overdracht te laat zou plaatsvinden, waardoor de maximumduur van de bewaring werd overschreden, en hechtte aan het beroep van de vreemdeling.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de termijn van zes weken uit artikel 28, derde lid, van de Dublinverordening verwisselde met de overdrachtstermijn van zes maanden uit artikel 29. Tevens werd geoordeeld dat de bewaring tot het einde van 9 januari 2024 mocht duren, omdat de dag van acceptatie van het claimverzoek niet meetelt in de termijn.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond. Er waren geen overige beroepsgronden die aanleiding gaven om de bewaring onrechtmatig te achten. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.