ECLI:NL:RVS:2024:793

Raad van State

Datum uitspraak
27 februari 2024
Publicatiedatum
27 februari 2024
Zaaknummer
202401232/3/R2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:87 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening geschorst omgevingsvergunning voor kappen van 21 bomen te Breda

Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout verleende op 17 oktober 2022 een omgevingsvergunning voor het kappen van 21 bomen nabij Bredaseweg 125 te Breda. Milieuvereniging Oosterhout maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar dit bezwaar werd op 10 oktober 2023 niet-ontvankelijk verklaard door het college, omdat de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV) was gewijzigd. De wijziging hield in dat het verbod om zonder vergunning houtopstanden te vellen alleen nog gold voor bomen op een specifieke bomenlijst, waardoor de vergunning volgens het college was komen te vervallen.

Milieuvereniging Oosterhout stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Algemene inspraakverordening Oosterhout 2021 niet van toepassing was op de APV-wijziging. Volgens de vereniging had er inspraak moeten plaatsvinden over het groenplan dat aan de APV-wijziging ten grondslag lag. Hierdoor zou de vergunningplicht voor het kappen van de bomen nog steeds gelden en was het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

De voorzieningenrechter van de Raad van State overwoog dat de gemeente per direct gebruik wilde maken van de vergunning en de bomen wilde kappen. Daarom werd vooruitlopend op de zitting een voorlopige voorziening getroffen. De vergunning voor het kappen van de 21 bomen werd geschorst totdat de zaak inhoudelijk is behandeld. De zitting staat gepland op 29 februari 2024, waarna zal worden beslist over het al dan niet handhaven van deze voorlopige voorziening.

Uitkomst: De omgevingsvergunning voor het kappen van 21 bomen is bij voorlopige voorziening geschorst.

Uitspraak

202401232/3/R2.
Datum uitspraak: 27 februari 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), hangende het hoger beroep van:
Milieuvereniging Oosterhout, gevestigd te Oosterhout (Noord-Brabant),
verzoekster,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland­West­Brabant (hierna: de rechtbank) van 23 februari 2024 in zaken nrs. 23/11058 en 24/1398 in het geding tussen:
en
het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout.
Procesverloop
Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 21 bomen nabij de Bredaseweg 125 te Breda.
Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft het college het door Milieuvereniging Oosterhout daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 23 februari 2024 heeft de rechtbank het door Milieuvereniging Oosterhout daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Milieuvereniging Oosterhout hoger beroep ingesteld.
Tevens heeft Milieuvereniging Oosterhout de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
2.       Op 6 september 2022 heeft de gemeente Oosterhout een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vellen van 21 bomen ten zuiden en oosten van het perceel Bredaseweg 125 in Oosterhout.
Bij het besluit van 17 oktober 2022 heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning verleend, en een herbeplantingsplicht opgenomen.
Bij het besluit op bezwaar van 10 oktober 2023 heeft het college het bezwaar van Milieuvereniging Oosterhout niet-ontvankelijk verklaard, omdat in de bezwaarfase de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) zodanig is gewijzigd dat het verbod om zonder omgevingsvergunning houtopstanden te vellen alleen nog maar geldt voor bomen die op de bomenlijst staan vermeld. Daarmee kunnen de betreffende bomen volgens het college zonder omgevingsvergunning worden geveld en heeft Milieuvereniging Oosterhout geen procesbelang meer. De verleende omgevingsvergunning is volgens het college komen te vervallen omdat er geen juridische grondslag meer voor bestaat.
3.       Milieuvereniging Oosterhout betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Algemene inspraakverordening Oosterhout 2021  (hierna: de inspraakverordening) niet op de wijziging van de APV van toepassing is. Milieuvereniging Oosterhout voert aan dat dossier 1016069, dat heeft geleid tot het besluit van de raad van de gemeente Oosterhout van 4 juli 2023 tot wijziging van de APV en het besluit van de raad van 4 juli 2023 tot onder meer de vaststelling van het bomencompensatiebeleid, dient te worden gekwalificeerd als een groenplan als bedoeld in de inspraakverordening. Nu er geen inspraak is verleend, had volgens Milieuvereniging Oosterhout het groenplan 1016069 met de daarin twee opgenomen besluiten buiten toepassing moeten blijven. Daardoor geldt voor het vellen van de bomen nog steeds een omgevingsvergunningenplicht, zodat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
4.       De Afdeling stelt vast dat de gemeente per direct gebruik wil gaan maken van de op 17 oktober 2022 verleende kapvergunning en de bomen wil gaan kappen. Gelet hierop en omdat er op het moment dat het hogerberoepschrift en het verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling binnenkwamen geen gelegenheid bestond om partijen voordien op een zitting te horen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om vooruitlopend op de behandeling ter zitting van het verzoek om voorlopige voorziening een ordemaatregel te treffen. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat reeds op 29 februari 2024 een zitting zal worden gehouden, waarbij de voorzieningenrechter zal beoordelen of met toepassing van artikel 8:87 van Pro de Awb aanleiding bestaat de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen.
5.       Over de proceskosten zal worden beslist in de uitspraak over de vraag of aanleiding bestaat de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout van 17 oktober 2022, waarbij het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor het kappen van 21 bomen nabij Bredaseweg 125 te Breda.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F. Nales, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzieningenrechter
w.g. Nales
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2024
680