ECLI:NL:RVS:2024:692
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 24 augustus 2023 bepaald dat het recht op bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de tijdelijke bescherming die aan de vreemdeling is verleend krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024 en niet op 4 september 2023 zoals door de staatssecretaris was bepaald. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling achtte het niet nodig om verder in te gaan op andere aangevoerde grieven, omdat het beroep gegrond is op het punt van de toepasselijkheid en duur van de tijdelijke bescherming. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.