ECLI:NL:RVS:2024:691
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 25 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de genoemde richtlijn geboden is en niet voortijdig door de staatssecretaris kan worden beëindigd. De bescherming loopt derhalve door tot 4 maart 2024, conform de richtlijn. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 25 augustus 2023.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De verdere aangevoerde grieven behoeven geen bespreking, omdat zij geen vragen van algemeen belang bevatten. De uitspraak bevestigt het belang van de juiste toepassing van Europese regelgeving omtrent tijdelijke bescherming van vreemdelingen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd; de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.