ECLI:NL:RVS:2024:643
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving gebruik dienstwoning als burgerwoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen legde op 4 oktober 2021 een last onder dwangsom op aan [appellante] wegens het gebruik van haar dienstwoning als burgerwoning in strijd met het bestemmingsplan. Na bezwaar en vernietiging van een besluit door de rechtbank, stelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep van [appellante] ongegrond en bevestigde de handhaving.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd en zelfs verplicht was om handhavend op te treden tegen het bestemmingsplanstrijde gebruik. Het betoog van misbruik van recht door Parkhotel werd verworpen, evenals het standpunt dat er sprake zou zijn van concrete zicht op legalisatie. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken en het feit dat het college niet bereid is vergunning te verlenen.
Ook werd geoordeeld dat het handhavend optreden niet onevenredig is, ondanks de ingrijpende gevolgen voor [appellante]. De hoogte van de dwangsom van € 75.000 werd als redelijk beoordeeld, mede gezien de duur van het illegale gebruik. De voorlopige voorziening die de dwangsom schorste werd opgeheven, maar met terugwerkende kracht opnieuw geschorst tot 16 weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van het gebruik van de dienstwoning als burgerwoning wordt bevestigd.