ECLI:NL:RVS:2024:620
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bouw dijkwoningen ondanks bouwhoogteoverschrijding
Het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe verleende op 9 april 2019 een omgevingsvergunning voor de bouw van twee dijkwoningen op een perceel in Ophemert. De woningen worden gebouwd op een opgehoogd grondvlak van 0,8 meter en hebben een bouwhoogte van 10,67 meter gemeten vanaf dit grondvlak, wat een overschrijding van de maximale bouwhoogte van 10 meter uit het bestemmingsplan betreft.
Appellant, wonende tegenover het perceel, maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege de vermeende aantasting van zijn woon- en leefklimaat door de hoogte van de woningen. Hij voerde aan dat het peil voor de bouwhoogtemeting onjuist was vastgesteld en dat de daadwerkelijke bouwhoogte 11,47 meter zou bedragen, waarmee de afwijking niet binnen de toegestane 10% zou vallen. De rechtbank oordeelde echter dat het peil juist is gelegen bij het opgehoogde grondvlak en dat de overschrijding binnen de toegestane afwijking valt.
Daarnaast stelde appellant dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de nadelige ruimtelijke gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat. De rechtbank vond dat het college een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt, waarbij onder meer de beperkte zichtbaarheid van de nok en de afstand tot omliggende woningen waren betrokken.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning bevestigd.