ECLI:NL:RVS:2024:606
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de tijdelijke bescherming die de vreemdeling geniet krachtens Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde uitvoeringsbesluit niet voortijdig kan worden beëindigd op 4 september 2023. De bescherming loopt door tot 4 maart 2024, zoals bepaald in de richtlijn.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 23 augustus 2023 en de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd de vreemdeling in het gelijk gesteld en blijft de tijdelijke bescherming van kracht tot de in de richtlijn aangegeven datum.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.