ECLI:NL:RVS:2024:600
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering politieke overtuiging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 oktober 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 mei 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:63) waarin werd vastgesteld dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze het onderzoek en de beoordeling van een gestelde politieke overtuiging en de daaruit volgende vrees voor vervolging plaatsvinden. Dit gebrek aan transparantie maakt het voor de bestuursrechter onmogelijk om effectief te toetsen of besluiten zorgvuldig worden voorbereid en gemotiveerd.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 12 oktober 2022. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij rekening wordt gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van het hoger beroep ten bedrage van € 875,00. Verdere inhoudelijke bezwaren van de vreemdeling behoeven geen bespreking meer.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.