ECLI:NL:RVS:2024:579
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 16 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 12 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd, maar doorloopt tot 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 16 augustus 2023 en de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, omdat het besluit onrechtmatig was genomen. De Afdeling benadrukte dat de staatssecretaris zelf moet bepalen hoe hij de vreemdeling informeert over het einde van de bescherming.
Deze uitspraak bevestigt de bescherming van vreemdelingen onder de EU-richtlijn en stelt grenzen aan de bevoegdheid van de staatssecretaris om deze bescherming voortijdig te beëindigen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen is vernietigd, en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.