ECLI:NL:RVS:2024:565
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt per 4 september 2023. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de tijdelijke bescherming krachtens Richtlijn 2001/55/EG doorloopt tot 4 maart 2024, zoals eerder vastgesteld in een verwante uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:32).
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank. Het is niet nodig om de overige argumenten van de vreemdeling te behandelen. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00 die de vreemdeling heeft gemaakt voor rechtsbijstand.
De uitspraak bevestigt dat de tijdelijke bescherming van derdelanders die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet voortijdig kan worden beëindigd. De staatssecretaris moet de beëindiging van de bescherming conform de richtlijn communiceren en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.