ECLI:NL:RVS:2024:560
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 24 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:32) de tijdelijke bescherming van vreemdelingen die rechtmatig in Oekraïne verbleven en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hadden ingeschreven, niet voortijdig kan worden beëindigd. De bescherming geldt krachtens Richtlijn 2001/55/EG en loopt derhalve door tot 4 maart 2024.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 24 augustus 2023. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De staatssecretaris dient de vreemdeling te informeren over het einde van de bescherming op passende wijze.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen wordt vernietigd en de proceskosten worden vergoed.