ECLI:NL:RVS:2024:5428
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit zorgtoeslag wegens schending zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
De appellant verhuisde in 2013 naar België, waarna de zorgtoeslag ten onrechte werd stopgezet. In 2022 verzocht hij om herziening van het recht op zorgtoeslag over 2014-2020, maar dit werd afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijnen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de aanvraag te laat was en dat de Dienst Toeslagen geen uitzondering hoefde te maken op de vijfjaarstermijn voor herziening. De appellant stelde dat de Dienst Toeslagen het verzoek ten onrechte als een nieuwe aanvraag behandelde in plaats van als correctie van een onjuist besluit.
De Afdeling oordeelde dat de Dienst Toeslagen het besluit onzorgvuldig en ondeugdelijk had gemotiveerd door zonder onderzoek de toeslag preventief stop te zetten terwijl de appellant wel zorgverzekerd was. Dit schendt het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel ernstig.
Daarom had de Dienst Toeslagen het verzoek als herziening moeten behandelen en alsnog toeslag moeten toekennen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Dienst Toeslagen vernietigd, en de Dienst opgelegd een nieuw besluit te nemen binnen 12 weken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Dienst Toeslagen vernietigd met opdracht tot nieuw besluit.