ECLI:NL:RVS:2024:5330
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 30 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank oordeelde op 20 december 2024 dat deze maatregel onrechtmatig was vanwege de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol, en beval de opheffing ervan met onmiddellijke ingang. De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat de uitspraak van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoeft te worden.
De voorzieningenrechter weegt het ingrijpende karakter van de vrijheidsontnemende maatregel voor de vreemdeling af tegen het door de minister aangevoerde grensbewakingsbelang. Gezien de mogelijke onomkeerbare gevolgen voor de grensbewaking als alle vreemdelingen in het JCS onmiddellijk worden vrijgelaten, acht de voorzieningenrechter het belang van de minister zwaarder. Daarom wordt de voorlopige voorziening getroffen dat de maatregel gehandhaafd blijft totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Schipper-Spanninga op 21 december 2024.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd totdat het hoger beroep is beslist.