ECLI:NL:RVS:2024:5314
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 23 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde op 17 december 2024 het beroep van de vreemdeling gegrond en beval wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel, met toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, waarmee hij wilde voorkomen dat de uitspraak van de rechtbank direct uitgevoerd moest worden. De minister stelde dat de uitspraak een algemene strekking had, waardoor alle vreemdelingen uit het Justitieel Complex Schiphol (JCS) naar andere accommodaties zouden moeten worden overgebracht, terwijl daar onvoldoende capaciteit voor is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het door de minister ingeroepen grensbewakingsbelang doorslaggevend was en verleende de gevraagde voorlopige voorziening. Hierdoor hoeft de vrijheidsontnemende maatregel niet in een andere bewaringsaccommodatie te worden uitgevoerd totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de vrijheidsontnemende maatregel niet in een andere bewaringsaccommodatie uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.