ECLI:NL:RVS:2024:5285
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-inbehandelingname verblijfsaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 23 oktober 2024 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 december 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om haar voorgenomen overdracht op 19 december 2024 te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, omdat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken, het verzoek om voorlopige voorziening bij wijze van ordemaatregel moest worden toegewezen. Hierdoor blijft de voorgenomen overdracht op 19 december 2024 achterwege. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 875,00, welke verband houden met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 18 december 2024, in aanwezigheid van griffier J. van de Kolk. De uitspraak betreft een voorlopige voorziening in het kader van het bestuursrecht en vreemdelingenrecht, waarbij de procedure en belangen van de vreemdeling in het kader van haar verblijfsaanvraag centraal staan.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 19 december 2024 blijft achterwege en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.