ECLI:NL:RVS:2024:5273
Raad van State
- Hoger beroep
- H.J.M. Besselink
- B.P.M. van Ravels
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor bouwen in strijd met bestemmingsplan in Didam
Het college van burgemeester en wethouders van Montferland verleende op 3 maart 2022 een omgevingsvergunning voor het bouwen en het handelen in strijd met het bestemmingsplan op percelen in Didam. Deze vergunning legaliseerde bouwkundige wijzigingen en gebruikswijzigingen van woningen die niet overeenkwamen met de oorspronkelijke vergunning uit 2016. De appellant, wonend nabij de percelen, voerde bezwaar aan tegen deze vergunning, onder meer vanwege vermeende strijd met gemeentelijk beleid, risico op precedentwerking, en de landschappelijke inpassing.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en uitgebreid getoetst of het college terecht gebruik heeft gemaakt van de verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad, of de vergunning leidt tot ongewenste uitbreiding van vergunningvrije bouwmogelijkheden, en of de landschappelijke inpassing voldoende is gewaarborgd.
De Afdeling oordeelt dat de vergunning rechtmatig is verleend. De verklaring van geen bedenkingen is in overeenstemming met de gemeentelijke uitgangspunten en het beleid. De vergunning uit 2022 maakt geen grotere oppervlakten aan vergunningvrije bouwwerken mogelijk dan de vergunning uit 2016, omdat de woningen als oorspronkelijke hoofdgebouwen worden aangemerkt. Ook is het landschapsplan 'plus' adequaat en bindend voorgeschreven, waardoor de landschappelijke inpassing voldoende is geregeld. De bezwaren van appellant worden verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening bevestigd.