ECLI:NL:RVS:2024:5269
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische en sociale gronden
Appellant, woonachtig in een wooncomplex met sociale huurwoningen en een woonzorgcentrum, verzocht om een urgentieverklaring vanwege stress en pesterijen die leiden tot psychische klachten. Het college van burgemeester en wethouders van Castricum wees dit verzoek af omdat appellant niet voldeed aan de criteria van artikel 11a van de Huisvestingsverordening 2019.
Na een bezwaarprocedure en een eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling constateerde dat appellant geen nieuwe of objectieve gegevens had aangevoerd die de eerdere gemotiveerde afwijzing konden weerleggen.
De Afdeling sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring. Tevens is vastgesteld dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.