ECLI:NL:RVS:2024:5227
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit omgevingsvergunning en afwijzing handhavingsverzoek voor zelfstandige woning binnen één bouwvlak
Het college van burgemeester en wethouders van Voorst verleende op 28 juni 2021 een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor verbouwing van een woning op een perceel met twee aan elkaar grenzende panden met eigen ingangen. Appellant, bewoner van het aangrenzende pand, verzocht eerder om handhavend op te treden tegen het gebruik van het pand als zelfstandige woning, wat werd afgewezen. Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, die ongegrond werden verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten eveneens ongegrond, met als overweging dat de panden samen één woning vormen volgens het bestemmingsplan, dat slechts één woning per bouwvlak toestaat.
In hoger beroep betoogde appellant dat de besluiten onvoldoende waren gemotiveerd, dat de hoorplicht was geschonden en dat hij schade had geleden door waardevermindering en inperking van bouwmogelijkheden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat deze gronden reeds door de rechtbank waren beoordeeld en geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. Tevens werd geoordeeld dat de redelijke termijn van vier jaar voor de procedure niet was overschreden, zodat geen schadevergoeding werd toegekend.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 18 december 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.