ECLI:NL:RVS:2024:4998
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- G.O. van Veldhuizen
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning kinderopvangcentrum wegens onvoldoende akoestisch onderzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem verleende op 24 januari 2019 een omgevingsvergunning aan Kindercentrum Doetinchem B.V. voor de vestiging van een kinderopvangcentrum. Omwonenden, waaronder [appellant A] en anderen, maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege zorgen over geluidsoverlast en de gevolgen voor hun woon- en leefklimaat. Na eerdere procedures werd het bezwaar op 1 december 2020 ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep van de omwonenden op 9 februari 2023 afwees.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht het gebied als 'gemengd gebied' kwalificeerde en dat de geluidniveaus van het kinderopvangcentrum binnen de richtwaarden van de VNG-brochure vielen. Echter, de Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende inzichtelijk had gemaakt dat ook in de tuinen van de omliggende woningen sprake zou zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, omdat het geluidsonderzoek in de tuinen ontbrak in het besluit van 1 december 2020.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 1 december 2020, verklaarde het hoger beroep gegrond en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd een schadevergoeding toegekend aan de appellanten wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij het college en de Staat werden veroordeeld tot betaling van respectievelijk 341 en 159 euro per persoon. Proceskosten werden eveneens toegewezen aan de appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 1 december 2020 wordt vernietigd wegens onvoldoende inzicht in geluidsoverlast in tuinen, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.