ECLI:NL:RVS:2024:4997
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar inzake openbaarmaking patiëntdata onder bijzondere geheimhoudingsplicht
De Stichting Biomedische Rekenkamer verzocht het Erasmus MC om geanonimiseerde patiëntdata uit het elektronisch patiëntendossier over de periode 1 januari 2020 tot 14 maart 2022. Het Erasmus MC weigerde dit op grond van artikel 7:457 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dat een geheimhoudingsplicht voor hulpverleners regelt en is opgenomen in de bijlage van de Wet open overheid (Woo).
De Stichting maakte bezwaar tegen deze weigering, maar het Erasmus MC verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de reactie geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. De Stichting stelde in hoger beroep dat de brief wel als besluit moet worden aangemerkt en dat de gegevens geanonimiseerd zijn, zodat de geheimhoudingsplicht niet van toepassing zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de gevraagde gegevens inderdaad patiëntinformatie zijn en onder de bijzondere, uitputtende openbaarmakingsregeling van artikel 7:457 BW Pro vallen. Deze regeling heeft een privaatrechtelijke grondslag, waardoor de reactie van het Erasmus MC geen bestuursrechtelijk besluit is waartegen bezwaar mogelijk is. Anonimisering verandert hieraan niets. De eerdere jurisprudentie bevestigt dit standpunt.
De Afdeling concludeert dat het Erasmus MC het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Hiermee is de bestuursrechtelijke rechtsbescherming niet tekortgeschoten, aangezien de Stichting via deze procedure duidelijkheid heeft gekregen over de toepasselijkheid van de Woo op de gevraagde informatie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.