ECLI:NL:RVS:2024:4907
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opdracht nieuw besluit handhaving natuurvergunningplicht
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wees een verzoek van een milieuvereniging af om handhavend op te treden tegen een veehouder wegens overtreding van de vergunningplicht in de Wet natuurbescherming. De rechtbank oordeelde echter dat het college ten onrechte geen overtreding had vastgesteld en vernietigde het besluit, met de opdracht om binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening die het verplichten tot het nemen van een nieuw besluit opschort. De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel degelijk spoedeisend belang is bij de voorziening, omdat het hoger beroep geen schorsende werking heeft en het college anders gedwongen wordt tot een mogelijk onterechte handhaving.
De voorzieningenrechter maakte een belangenafweging waarbij het individuele belang van de veehouder om financiële problemen te voorkomen zwaarder woog dan het natuurbelang, mede omdat de vraag of een natuurvergunningplicht bestaat complex is en in de bodemprocedure zal worden behandeld. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de opdracht tot het nemen van een nieuw besluit geschorst.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de opdracht om een nieuw besluit te nemen over handhaving natuurvergunningplicht in afwachting van het hoger beroep.