ECLI:NL:RVS:2024:4807
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor illegale serre op recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde op 28 april 2022 aan verzoeker een last onder dwangsom op om een serre van 23,07 m², gebouwd zonder omgevingsvergunning aan een recreatiewoning op een perceel in Otterlo, te verwijderen. De recreatiewoning overschrijdt daarmee de maximale toegestane oppervlakte van 75 m² volgens het bestemmingsplan.
Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden deze ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de begunstigingstermijn te verlengen totdat het college zich uitspreekt over een mogelijke aanpassing van het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker om de serre te behouden tijdens de procedure zwaarder weegt dan het belang van het college bij onmiddellijke handhaving. Er zijn bovendien gesprekken gaande over een nieuw bestemmingsplan dat mogelijk verruiming van bouwmogelijkheden biedt. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure. De toepassing van de Wabo zoals die gold vóór de Omgevingswet blijft van toepassing op de last onder dwangsom.
Uitkomst: De Raad van State schorst het besluit tot verwijdering van de serre en verlengt de begunstigingstermijn.