ECLI:NL:RVS:2024:4800
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 mei 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd af. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 21 februari 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 juni 2024 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank zonder verdere motivering.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft de afwijzing van de verblijfsvergunning definitief in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.